Tickets kopen

Victory Boogie Woogie (Altijd Onderweg) | Ontmoet Cassandra Onck

20 okt 2020

Tijdens de zesde editie van het Erfgoedfestival worden tien kunstenaars uitgenodigd om op mini-residentie te gaan op een bijzondere erfgoedlocatie in Gelderland. Met het thema ‘Oost/West’ in hun achterhoofd verblijven zij een periode op de locatie om werk te maken. Zangeres en songwriter Cassandra Onck kwam inspiratie opdoen bij Villa Mondriaan. Cassandra studeerde muziektheater aan ArtEZ in Arnhem en maakt nu zelf muziek en theatrale concerten. Haar afstudeervoorstelling Ik ben een interface onderzocht de grenzen tussen mens, technologie, theater en concert. Eerder dit jaar kwam haar EP Brokstukken uit. Naar aanleiding van haar bezoek aan Villa Mondriaan schreef ze Victory Boogiewoogie (Altijd Onderweg).

Je hebt nu inspiratie gehaald uit een kunstwerk. Doe je dat vaker?

Nee, niet echt uit beeldende kunst. Normaal haal ik vooral inspiratie uit wetenschap, biologie, en wetenschappers die schrijven over allerlei sociaal-maatschappelijke vraagstukken. Douglas Rushkoff, bijvoorbeeld, hij schrijft over de relatie tussen mens en technologie. Maar ik haal ook inspiratie uit dingen die ik zie. Ik vind hoe planten groeien bijvoorbeeld super fascinerend. Toevallig ben ik nu bezig met een lied voor Art Rocks wat ook geïnspireerd is op een kunstwerk. Dat is nu zo gelopen, maar het werkt eigenlijk beter dan ik dacht.

Vertel eens over het nummer dat je hebt geschreven.

Het is een Nederlandstalig hiphopverhaal over het moment dat Mondriaan voor het eerst in de trein vanuit Winterswijk naar het westen reist. De eerste verse gaat vooral over Mondriaan en zijn reis, en de tweede gaat over de vragen rondom oost en west die ik zelf heb. Toen ik hiermee begon, en nu nog steeds, was Black Lives Matter iets wat heel erg speelde. Dat was eigenlijk het eerste waar ik aan dacht toen ik het thema ‘Oost/West’ hoorde. Daarnaast vond ik het interessant dat Mondriaan in zijn leven veel bezig was met filosofie in spiritualiteit, wat mij weer bij het vraagstuk van culturele toe-eigening bracht. Niet dat ik Mondriaan daarvan beschuldig, maar dat thema, van bevragen wat cultuur en specifiek onze cultuur eigenlijk is, speelde op dat moment heel erg. Die vragen werden nu zo vaak gesteld dat ik ze ook aan mezelf en mijn eigen omgeving ging stellen. Dat komt eigenlijk in dat tweede couplet vooral naar voren. Mondriaan heeft zich veel laten inspireren door alles om hem heen, en is daardoor ook best wel veranderd. Dat kwam denk ik juist doordat hij verschillende mensen heeft ontmoet, en zich openstelde. Als ik al die dingen over hem las zag ik dat er wel een kern zat in waar hij naar op zoek was, maar hij zich wel heeft laten beïnvloeden door allerlei dingen om hem heen. Dat vond ik inspirerend voor alles wat nu ook speelt, en alle manieren om naar de wereld te kijken. Hoe kun je ruimte maken voor al die verschillende manieren van kijken?

Is dat ook hoe jij zelf te werk bent gegaan bij het schrijven van dit nummer?

Ik heb het allemaal bijgehouden in een document. Ik ben al begonnen in de trein naar Winterswijk met het opschrijven van associaties. In Villa Mondriaan heb ik daarna een brief geschreven naar Mondriaan, omdat het nog wat gek aanvoelde om zo in zijn leven te duiken. Tijdens het schrijven van die brief begon ik me af te vragen wat, naast zijn sterke mening over kunst, nou eigenlijk zijn mening over muziek was. Toen kwam ik er dus achter dat hij ontzettend van muziek hield, vooral jazz en boogiewoogie, en ook heel graag danste. Vanuit daar ben ik improviserend verder gaan schrijven, en die tekst is uiteindelijk het nummer geworden.

Villa Mondriaan is, in tegenstelling tot de andere aanhakers, gericht op één enkele kunstenaar. Is jouw aanpak daarin anders geweest dan de andere deelnemers?

Het voelde wel anders omdat ik één concreet onderwerp had om mee te werken. Ik moest me heel erg verhouden tot het leven van één persoon, dus het voelde haast alsof ik een soort duet moest doen. Ik wist eerst ook niet zo goed wat ik over Mondriaan moest zeggen, ik kende hem nog niet en er is zoveel over hem geschreven. Maar uiteindelijk vond ik het wel leuk dat ik zoveel van mezelf in hem herkende. Daardoor voelde het toch als een soort team effort, terwijl ik in mijn eentje die song aan het schrijven was.

Dus je bent er niet in belemmerd?

Nee. Ik had wel bedacht dat ik zowel eer wilde doen aan zijn verhaal als dat ik mijn eigen reactie erop wilde geven. Zo heb ik de song ook ingedeeld, door eerst over hem te vertellen, en daarna te reageren.

Uiteindelijk heb je het nummer vernoemd naar de Victory Boogiewoogie, terwijl die hier niet hangt.

Ja, dat ligt aan mezelf. Dat is gewoon mijn favoriete schilderij van hem. Wat ik zo mooi vind is dat hij zo dogmatisch was, maar aan het einde zijn dogma’s begon los te laten. Hij vond op het laatst dus dat dat toch eigenlijk wel kon. Het feit dat het niet af is en dus wat meer los is gelaten hangt voor mijn gevoel ook samen met zo’n treinreis, waarin je naar het volgende toe gaat en dingen los kan laten zonder dat ze afgesloten of weg zijn. Het gevoel dat je met je gezicht in de zon zit en dat het allemaal wel oké is, je gaat vooruit.

Maar hij heeft het nooit echt af kunnen maken voor hij overleed.

Nee, maar ik denk dat zijn doel wel is bereikt. Uiteindelijk was hij op zoek naar een soort universele waarheid, en in mijn ogen heeft hij die gevonden. Niet in de dogma’s, maar in het speels daarmee omgaan. Dat zie ik terug in die Victory Boogiewoogie.

 

 

Terug naar overzicht