nl
nl de en
Geopend | Dinsdag t/m zondag | 11:00 uur tot 17:00 uur
Tickets kopen

Kunst door een roze bril

17 mei 2021

Tijdens mijn junior-directeurschap bij Villa Mondriaan stelde ik voor om op Coming Out Day, een dag waarop LHBTQ mensen worden aangemoedigd uit de kast te komen, een regenboogvlag aan de gevel van het museum te hangen. Ik was erg trots toen die vlag er eenmaal hing. Niet alleen omdat ik door de vele positieve reacties mezelf weer ietsje meer op mijn plek voelde in het museum, maar ook omdat ik wist dat ik via zo’n actie een signaal gaf naar andere LHBTQ bezoekers, vrijwilligers, kunstenaars en scholieren dat zij ook in ons museum welkom zijn. Zelf kwam ik tien jaar geleden al ‘uit de kast’, al kan je je afvragen of ik er ooit in heb gezeten. Mijn familie was in ieder geval niet verbaasd, al kostte het me wel wat extra energie om uit te leggen dat mijn ervaring als transgender ietsje gecompliceerder lag dan een simpele overstap naar ‘de overkant’. Ik dobber liever ergens midden op de rivier. Soms roei ik ietsje verder naar de oever, en soms drijf ik weer wat terug. Maar ik zet nooit meer voet aan wal.

Queer cultuur

Dat ‘uit de kast komen’ sla ik tegenwoordig meestal over. Als het ter sprake komt, dan komt het ter sprake en leg ik het met alle liefde uit. Maar ik voel niet de behoefte om aan iedere passant in het leven uit te leggen wat transgender of non-binair zijn betekent en waarom het echt niet erg is als je me per ongeluk aanspreekt als ‘hij’. Dat is voor iedere betrokken partij gewoon erg vermoeiend. Tegelijkertijd zou het mijn leven een stuk makkelijker maken als er geen verwarring meer was over seksualiteit en genderidentiteit. Vroeger, toen ik er echt alleen voor stond, trok ik me dat nog heel erg aan. Toen dacht ik nog dat het mijn taak was om mensen te informeren die door mij en andere mensen uit de LHBTQ-gemeenschap in verwarring gebracht werden, en dat leverde veel frustrerende discussies op. Nu ben ik 25, is mijn referentiekader groter en begrijp ik beter waarom er zoveel onwetendheid is rondom de LHBTQ-gemeenschap. Neem bijvoorbeeld de kunstwereld, mijn eigen branche. Inmiddels weet ik dat Da Vinci, Michelangelo en Caravaggio (zeer waarschijnlijk) homoseksueel waren, al heb ik dat vooral zelf moeten ontdekken. (Kunst)historici houden er namelijk van om dat soort informatie zoveel mogelijk te verdoezelen, of ze verzinnen redenen waarom twee mannen of vrouwen die hun hele leven samen doorgebracht hebben echt geen romantische relatie gehad kunnen hebben. Toen ik ooit tijdens een gesprek met een conservator, die eerder een tentoonstelling over drag had gemaakt, hoorde dat de tentoonstelling zo’n ontzettend grote uitdaging was omdat ze maar nauwelijks ‘museale objecten’ konden vinden, stond ik even met mijn mond vol tanden. Natuurlijk lukt dat niet. Die zijn allemaal vernietigd, verstopt, of vergeten. En daar tegenover staan wij, de homo’s, lesbo’s en transgenders, die zich er maar wat van bewust zijn dat we drie keer zo hard ons best moeten doen om gezien te worden.

Dus hoe uiten wij onze identiteit en onze trots? Op manieren die niet te vernietigen zijn. Mode, dans, taal, humor en kunst. Queer cultuur dragen we bij ons, en als je het kapot wilt maken, moet je ons eerst kapot zien te krijgen. Het resultaat is dat historici die niet tot de gemeenschap horen,  maar er wel onderzoek naar willen doen, geen bronnen vinden van ons, maar van mensen die niet het beste met ons voor hebben. Medische documenten uit de tijd dat homoseksualiteit nog een ziekte was, wetgeving om homoseksualiteit en ‘cross-dressing’ illegaal te maken, krantenartikelen over rechtszaken tegen homoseksueel gedrag, alles geschreven door homofobe mensen. Over honderd jaar doet een historicus research naar ‘transgender in 2021’, en leert dan dat het in Arkansas illegaal is gemaakt om transgender kinderen puberteitsremmers te geven, dat er een wereldwijde discussie speelt over of transgender vrouwen wel op hoog niveau mogen sporten, dat er online trollenlegers zijn die adresgegevens van transgenderactivisten publiceren, en dat 2021 (als we zo doorgaan) de geschiedenis in ging als het dodelijkste jaar voor transgenders ooit. Dit mag niet meer gebeuren. Ik wil dat die historici over honderd jaar dit artikel tegenkomen. Ik wil dat informatie over de LHBTQ-gemeenschap en alle manieren waarop onze cultuur zich manifesteert direct van onze hand en uit onze mond komt. Daarom heb ik the pink cube. opgericht, een stichting die zich inzet voor de zichtbaarheid en waardering van queer kunst en cultuur.

Marlow Moss

Wat heeft dat met Mondriaan te maken? Ten eerste is dat nou juist het hele punt: het doel is om queer kunst in de canon te integreren en niet meer in een apart hoekje van het museum te zetten. Dus ook in Villa Mondriaan is daar plaats voor. Juist in Villa Mondriaan! Een prachtig museum met zoveel hart voor jong talent en nieuwe ontwikkelingen. Alle bezoekers, kunstenaars, vrijwilligers en junior-directeuren moeten zich welkom voelen. We zijn altijd dichterbij dan je denkt. Ook Piet Mondriaan was niet wereldvreemd. Onder zijn uitgebreide vriendenkring bevond zich ook Marlow Moss die, net zoals zoveel vrouwen en vooral queer vrouwen, min of meer uit de kunstgeschiedenis is geschreven. Moss, een in herenpakken geklede lesbische vrouw, werd geboren in het Verenigd Koninkrijk en verhuisde in 1927 naar Parijs. De Zwitserse kunstenaar Max Bill ontmoette Moss en haar Nederlandse partner Netty Nijhoff in 1933 op een opening in een Parijse galerie. Bill wees naar een aantal constructivistische schilderijen aan de muur en verzuchtte: ‘godzijdank heeft Piet Mondriaan zulke prachtige werken ingezonden!’. Waarop Moss reageerde: ‘die zijn van mij’.

‘Imitation is the highest form of flattery’, maar het werk van Moss kan beslist geen aftreksel van Mondriaan genoemd worden. De twee wisselden regelmatig brieven uit waarin ze elkaars werkwijze probeerden te ontleden en elkaar zelfs beïnvloedden. Mondriaans werkwijze was gebaseerd op instinct en gevoel, terwijl Moss werkte vanuit een strict wetenschappelijke, wiskundige basis. Ze las veel, zowel filosofie als wiskundige literatuur, en Mondriaan was op zijn minst geïntrigeerd door haar ideeën. Er is maar één Engelse kunstenaar geweest die Mondriaan heeft beïnvloed in zijn werkwijze, en dat was Marlow Moss. In een brief uit 1932 vroeg Mondriaan haar om haar gebruik van de dubbele lijn in haar composities uit te leggen. Ze gaf daar drie redenen voor: enkele lijnen geven de indruk van een plat vlak; enkele lijnen maken de compositie statisch; en dubbele of meerdere lijnen breken de compositie buiten de kaders van het doek. Nog datzelfde jaar schilderde Mondriaan Compositie met geel en dubbele lijn. Ook beperkte Moss zich niet tot de schilderkunst als medium en maakte ze dikwijls sculpturen of schilderijen met ruimtelijke elementen, allemaal in constructivistische stijl.

Het is dus niet verkeerd om te zeggen dat Marlow Moss het neoplasticisme heeft verkend op manieren dat Piet Mondriaan of Theo van Doesburg dat niet deden, en dat het voor een volledige lezing van het neoplasticisme en constructivisme zeer waardevol is om haar mee te nemen in de canon. En toch weten maar weinig mensen wie ze was als kunstenaar, laat staan wie ze was als persoon. Er is wat voor te zeggen dat wie ze was als persoon er ook niet zoveel toe doet, maar dat geldt vooral voor mensen die prima in de bestaande hokjes passen en niet zoveel over dat soort dingen na hoeven te denken. Sasha Velour, non-binair kunstenaar en drag performer, en bekend voor de Rupaul’s Drag Race fans onder ons, bracht in een video voor het Tate een ode aan het werk van Marlow Moss. Ze legt uit dat ze in abstractie meer herkenning ervaart dan figuratie, en dat ze vorm en kleur meer betrouwbare categorieën vindt om zich mee te identificeren dan man en vrouw. Daar komt nog bij dat, in een maatschappij waar alles en iedereen een geslacht toegewezen krijgt, ook kunst helaas niet immuun is voor traditionele genderrollen. Bewust of onbewust, rechte lijnen, hoeken en vlakken worden gelezen als mannelijk, terwijl ronde vormen en meer organische, vloeiende lijnen als vrouwelijk worden bestempeld. Of Moss hier ook bewust mee bezig was kunnen we niet met zekerheid zeggen, maar een dergelijke lezing van haar werk geeft voldoende stof tot denken over hoe leven en kunst in elkaar overlopen. Als zoveel van ons dagelijks leven, de manier waarop we met elkaar omgaan en elkaar zien, wordt beïnvloed door geslacht en seksualiteit, waarom geldt dat dan niet voor kunst? En als dat het geval is, waarom zouden we dan niet naar kunst kijken door een andere bril? Een roze, bijvoorbeeld.

The Pink Cube

Alleen al door dit artikel te mogen schrijven heb ik een deel van mijn doel bereikt, namelijk mensen informeren over een queer kunstenaar die ondanks haar prominente rol in de kunstgeschiedenis in de vergetelheid is geraakt. Veel meer dan dat hoeft het ook niet te zijn. Ik hoef geen legendarische kunstenaars postuum als homo of transgender te bestempelen en ik hoef ook geen hetero’s uit musea te bannen. Ik ben allang blij met die regenboogvlag aan de gevel en een blogpost op de website om jullie te vertellen over Marlow Moss. En als je nieuwsgierig bent geworden naar andere kunstenaars waar je misschien nog nooit van hebt gehoord, dan vertellen we je graag meer! Je kan ons vinden op www.thepinkcube.nl en op Instagram als @the.pinkcube.

– Anne van Lierop, 16/05/21

Terug naar overzicht