Interview met Reinout Velleman
17 april, 2026
Reinout Velleman (1999, Zeist) schildert mensen, plekken en situaties die we allemaal kennen, maar zelden echt aandachtig bekijken. Vanuit een fascinatie voor het dagelijks leven, lokale geschiedenis en de sfeer van de nacht creëert hij schilderijen waarin herkenning en verwondering samenkomen. Zijn werk beweegt zich tussen observatie en herinnering, tussen persoonlijke ervaringen en collectieve verhalen.
Voor zijn solotentoonstelling sprak Noah Peterschlingmann met hem over archieffoto’s, slapende mensen, verdwalen als artistieke methode en de schoonheid van momenten die normaal gesproken in een oogwenk voorbijgaan.
Reinout: “Ik hoop dat mijn schilderijen mensen anders laten kijken naar hun eigen leven”

Wanneer wist je dat schilderen jouw manier was om naar de wereld te kijken?
“Dat besef kwam eigenlijk pas relatief laat. Ik schilder al sinds mijn tienertijd en zag het altijd als het ding dat ik deed. Maar het idee dat schilderen een manier is om de wereld te begrijpen en erop te reflecteren, ontstond pas de afgelopen drie of vier jaar.
Tijdens mijn tijd op de kunstacademie was ik veel bezig met dramatische verhalen en historische taferelen. Tegenwoordig ligt de nadruk meer op de wisselwerking tussen hoe je de wereld ervaart en hoe je die vervolgens vertaalt naar een schilderij. Sinds mijn afstuderen ben ik schilderen steeds meer gaan zien als een vorm van reflectie.”
Wat kan een schilderij volgens jou oproepen?
“Een schilderij kan een ervaring tastbaar maken. Als je bijvoorbeeld naar een goed geschilderde regenbui kijkt, zie je niet alleen de regen; je voelt bijna de kou, de natte straatstenen en de sfeer van dat moment. Voor mij roept een schilderij een complete zintuiglijke ervaring op.
Daarnaast is er iets heel bijzonders aan het materiaal zelf. Een mooie kwaststreek, een harmonie tussen kleuren, de aanwezigheid van verf op een doek, dat zijn dingen die me blijven fascineren.”
Maak de zin eens af: schilderen is voor mij…
“Een manier om te reflecteren. Niet door eindeloos na te denken, maar juist door de wereld visueel in me op te nemen en die vervolgens te verwerken. Tegelijkertijd voelt schilderen ook als het doel van mijn leven. Dat klinkt misschien groot, maar ik identificeer me er volledig mee. Eigenlijk doe ik alles voor het schilderen.”
Welke kunstenaars inspireren je?
“Ik bewonder veel kunstenaars uit de renaissance en de zeventiende eeuw, zoals Rembrandt, Titiaan en Velázquez. Niet omdat ik hetzelfde wil maken als zij, maar vanwege hun schildertechniek en hun manier van verhalen vertellen.
Tegelijkertijd ben ik geïnteresseerd in de vraag hoe je de moderne wereld schildert. Daarom kijk ik ook naar kunstenaars als Isaac Israëls, Breitner en Edward Hopper. Hun werk laat zien hoe het dagelijks leven en de moderne tijd verbeeld kunnen worden. Uiteindelijk probeer ik me minder af te vragen hoe anderen schilderen en meer wat mijn eigen werk nodig heeft.”

Met wie bespreek je je werk?
“Mijn belangrijkste gesprekspartner is mijn partner Milica. We hebben elkaar ontmoet op de kunstacademie en zij is nog steeds mijn belangrijkste klankbord. Ze kan heel scherp analyseren en heeft een grote invloed gehad op mijn ontwikkeling als kunstenaar.
Daarnaast bespreek ik veel met mijn oom Klaas, die ook kunstenaar is. Hoewel hij tegenwoordig blind is, denkt hij nog altijd prachtig na over kunst en helpt hij me regelmatig om ideeën verder te ontwikkelen.”
Waar begint een schilderij?
“Vaak met iets dat ik zie. Ik maak voortdurend notities of schetsen wanneer ik onderweg ben. Dat kan een situatie zijn, een persoon of een beeld dat me opvalt. Vervolgens vraag ik me af: wat kan dit nog meer zijn? Het uiteindelijke schilderij hoeft niet letterlijk weer te geven wat ik zag; het wordt een nieuwe situatie waarin dat oorspronkelijke beeld verder groeit.”
Je werkt regelmatig met archieffoto’s. Waar komt die fascinatie vandaan?
“Tijdens onderzoek naar de oude suikerfabriek in Groningen kwam ik oude archiefbeelden tegen. De zwart-witfoto’s, de rook, de industriële sfeer dat maakte veel indruk op me.
Daarnaast ben ik sterk verbonden met Groningen. Ik vraag me vaak af hoe de stad er vijftig of honderd jaar geleden uitzag. Mijn vader en opa komen hier vandaan, dus er zit ook iets persoonlijks in die interesse. Wat me vooral raakt, zijn de gewone mensen op die foto’s. Mensen die werkten, leefden en weer verdwenen uit het collectieve geheugen. In mijn schilderijen probeer ik hen soms een nieuwe rol te geven.”
De nacht speelt een belangrijke rol in je werk. Waarom?
“De nacht heeft iets mysterieus. De stad verandert compleet: straten raken leeg, het licht wordt anders en alles lijkt even stil te staan. Tegelijkertijd speelt juist dan een groot deel van het sociale leven zich af.
Ik ben een mensenkijker. In cafés, op straat of in uitgaansgelegenheden zie je allerlei dynamieken ontstaan. Die momenten interesseren me. In een schilderij ontstaat vervolgens een soort stilte rondom die drukte. Daardoor krijg je de kans om uitgebreid te kijken naar iets wat normaal gesproken in een paar seconden voorbijgaat.”
Je schildert ook slapende mensen. Wat trekt je daarin aan?
“Dat onderwerp is persoonlijk. Mijn vrouw woont vanwege visumproblemen in Servië, waardoor we al jaren een langeafstandsrelatie hebben. Wat ik misschien nog wel het meest mis, is iets heel eenvoudigs: samen slapen.
Die schilderijen zijn een manier om uitdrukking te geven aan dat gemis. Slapen is een intiem en kwetsbaar moment. Het is zacht, teder en tegelijkertijd heel gewoon. Juist dat maakt het voor mij zo bijzonder.
Daarnaast fascineren dromen me al lang. Niet zozeer de betekenis ervan, maar het feit dat dromen beelden produceren die uit het niets lijken te ontstaan. Daar zit een interessante verwantschap met schilderkunst.”
Je noemt verdwalen een belangrijk onderdeel van je praktijk. Waarom?
“Verdwalen helpt me om los te komen van het bekende. Ik ken Groningen inmiddels zo goed dat veel plekken vanzelfsprekend zijn geworden. Door bewust af te wijken van mijn routine probeer ik weer met frisse ogen te kijken.
Als je verdwaalt, sta je open voor onverwachte ervaringen. Je bent minder doelgericht en ontvankelijker voor wat er om je heen gebeurt. Die openheid probeer ik ook in mijn werk terug te vinden.”
Wat hoop je dat bezoekers meenemen na het zien van je tentoonstelling Alledaagse Verwondering?
“Ik hoop natuurlijk dat ze de schilderijen mooi vinden, maar vooral dat ze daarna anders naar hun eigen omgeving kijken. Dat ze schoonheid ontdekken in situaties die ze normaal misschien over het hoofd zien.
Misschien herkennen ze iets wanneer ze een café binnenlopen, naast iemand wakker worden of door de stad wandelen. Als mijn werk een nieuwe blik op zulke alledaagse momenten kan bieden, dan is dat voor mij het mooiste resultaat.”
Is er een werk dat extra persoonlijk voor je is?
“Dat is het schilderij van het slapende koppel. Daarin komt veel samen van wat ik persoonlijk ervaar en voel. Al mijn werk is persoonlijk, maar dit schilderij misschien nog net iets meer dan de rest.”
Waar beweegt je werk zich momenteel naartoe?
“Ik merk dat ik steeds meer afstand neem van het vertellen van een duidelijk verhaal. Vroeger wilde ik dat een schilderij bijna gelezen kon worden als een narratief. Tegenwoordig ben ik meer geïnteresseerd in situaties, licht, kleur en sfeer.
Een schilderij als de vrouw in de regen draait niet zozeer om een verhaal, maar om de ervaring van regen, licht en atmosfeer. Ik onderzoek steeds meer hoe schilderkunst zulke effecten kan oproepen en hoe een kijker die beleeft.”