zonnebrink 4, 7101 nc winterswijk

Terug in de tijd met Mondriaan, Sluijters en Spoor

In 1909 exposeerden Piet Mondriaan, Jan Sluijters en Cees Spoor gezamenlijk in een grote en veelbesproken tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Mondriaan kende toen nog geen wereldfaam, Jan Sluijters was een controversieel kunstenaar en Cees Spoor was nog niet in vergetelheid geraakt. In de tentoonstelling ‘Terug naar toen: Mondriaan, Sluijters en Spoor herenigd’ brengt museum Villa Mondriaan de kunstenaars voor het eerst in ruim 100 jaar weer bij elkaar.

De sfeer van het Stedelijk in 1909 herbeleven
In de tentoonstellingsruimte in museum Villa Mondriaan kan de bezoeker de sfeer van het Stedelijk Museum Amsterdam in begin 1900 herbeleven. De diversiteit van het vroege werk van Mondriaan, Sluijters en Spoor voor 1909 staat centraal. In het werk van Cees Spoor is zijn krachtige techniek te ontdekken, die hij ontwikkelt aan de Rijksacademie in Amsterdam. Mondriaan en Sluijters bewonderen zijn nauwkeurige penseelvoering, maar laten zelf de precisie steeds meer los.


Jan Sluijters, De profeet Elisa wekt de zoon der Sunamitische vrouw tot leven (1904). Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Traditie en experiment
In Mondriaans werk rond 1900 wordt zijn penseelstreek steeds grover. In Weide met koeien (1902-1905) zijn de dieren verminderd tot een paar minimale streken op het doek. Van Jan Sluijters is de ontwikkeling ook goed te zien: het traditionele Prix de Rome-winnende schilderij De profeet Elisa wekt de zoon der Sunamitische vrouw tot leven (1904) van Jan Sluijters hangt in de tentoonstelling naast de experimentele Houtzaagmolen (1907). Met opvallende kleuren en dikke verfstreken neemt Sluijters over de jaren heen bot afstand van de traditionele schilderstijl die de Prix de Rome voorschreef. In Terug naar toen staan Mondriaan, Sluijters en Spoor weer op gelijke voet als kunstenaars in ontwikkeling, net als in 1909. De tentoonstelling ademt de sfeer van het Stedelijk Museum rond 1900 en brengt op deze manier de werken van Mondriaan, Sluijters en Spoor weer terug naar toen.   


Jan Sluijters, Houtzaagmolen (1907). Collectie Kröller-Müller Museum, Otterlo.

Veelbesproken tentoonstelling
Mondriaan, Sluijters en Spoor kennen elkaar uit de Amsterdamse kunstwereld. In 1908 ontstaat zo de wens om met z’n drieën een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam te houden. Tegen een betaling van 600 gulden wordt het verzoek door de Gemeente Amsterdam gehonoreerd. In de tentoonstelling, die in 1909 plaatsvindt, ligt de focus op hun ontplooiing als kunstenaars. Ze willen graag hun vooruitgang als ontwikkelende kunstenaars tonen aan het grote publiek. De tentoonstelling is veelbesproken en de kritiek loopt van fascinatie tot ronduit negatief. Schrijver Frederik van Eeden noemde de kleuren die de kunstenaars gebruikten rauw en barbaars en hij noemde Mondriaan zelfs geestesziek. Maar de kritiek drijft de kunstenaars niet uit elkaar, want ook na de tentoonstelling hielden de kunstenaars contact. Spoor en Mondriaan gingen bijvoorbeeld samen naar Domburg en Sluijters en Mondriaan zaten samen in het bestuur van de Moderne Kunstkring. Het contact verwatert als Mondriaan in 1911 naar Parijs vertrekt.

Bijzondere bruiklenen
Museum Villa Mondriaan heeft een langdurig samenwerkingsverband met het Gemeentemuseum Den Haag. Voor deze tentoonstelling kon Villa Mondriaan weer rekenen op een groot aantal bruiklenen uit deze grootste en belangrijkste Mondriaancollectie ter wereld. Verder geven ook het Kröller-Müller Museum, Museum Voorlinden, Drents Museum, Rijkdienst voor Cultureel Erfgoed en het Amsterdam Museum een aantal van hun werken in bruikleen.


Cees Spoor, Portret van een jonge vrouw, z.j. 

←terug naar overzicht